btw
Btw berekenen en de Nederlandse tarieven
Btw berekenen draait om twee bewerkingen: btw bij een netto bedrag optellen, of btw uit een bruto bedrag halen. Hieronder vind je beide formules, de drie Nederlandse tarieven, de regels rond btw verlegd en een rekenhulp die het in één klik voor je doet.
- Nederland kent drie btw-tarieven: 21% (algemeen), 9% (laag) en 0% (o.a. export). Vrijgesteld en verlegd zijn iets anders dan 0%.
- Btw bij een netto bedrag optellen: vermenigvuldig met 1,21 (of 1,09).
- Btw uit een bruto bedrag halen: deel door 1,21 (of 1,09).
- Bij "btw verlegd" rekent niet de leverancier maar de afnemer de btw af.
Snelle btw-rekenhulp
Vul een bedrag in en kies een tarief — het exclusieve bedrag, het btw-bedrag en het inclusieve bedrag verschijnen direct.
Werkt met decimale komma's en punten. Bedragen worden weergegeven in Nederlandse notatie.
De drie Nederlandse btw-tarieven
| Tarief | Wanneer | Voorbeelden |
|---|---|---|
| 21% — algemeen | Standaardtarief voor de meeste goederen en diensten | Adviesdiensten, software, elektronica, kleding, alcohol |
| 9% — laag | Bepaalde basisgoederen en arbeidsintensieve diensten | Voedingsmiddelen, water, boeken, kappers, fietsherstel, personenvervoer |
| 0% — nul | Export buiten de EU en bepaalde leveringen binnen de EU | Goederen die Nederland verlaten naar een niet-EU-land, internationale luchtvaart |
| Vrijgesteld | Specifieke sectoren — geen btw, geen aftrek voorbelasting | Onderwijs, medische zorg, financiële diensten, verzekeringen |
Let op het verschil tussen 0% en vrijgesteld. Bij 0% breng je geen btw in rekening, maar mag je wel de btw op je inkoop terugvragen. Bij vrijgesteld breng je geen btw in rekening én mag je de voorbelasting niet aftrekken. Twijfel je over het juiste tarief voor jouw werk, raadpleeg dan de toelichting op de site van de Belastingdienst.
De rekenformules
Btw optellen (exclusief → inclusief)
Vermenigvuldig het exclusieve bedrag met (1 + tarief/100).
- 21%: € 100 × 1,21 = € 121
- 9%: € 100 × 1,09 = € 109
- 0%: € 100 × 1,00 = € 100
Btw eruit halen (inclusief → exclusief)
Deel het inclusieve bedrag door (1 + tarief/100).
- 21%: € 121 ÷ 1,21 = € 100; btw = € 21
- 9%: € 109 ÷ 1,09 = € 100; btw = € 9
Alleen het btw-bedrag
Btw = exclusief × tarief, of: btw = inclusief − exclusief. Heb je alleen het bedrag inclusief btw, dan is het btw-deel bij 21% gelijk aan inclusief × 21/121 (bij 9%: × 9/109).
| Je wilt… | 21% | 9% |
|---|---|---|
| Btw erbij (excl → incl) | × 1,21 | × 1,09 |
| Btw eraf (incl → excl) | ÷ 1,21 | ÷ 1,09 |
| Btw-bedrag uit excl | × 0,21 | × 0,09 |
| Btw-bedrag uit incl | × 21/121 (≈ 0,1736) | × 9/109 (≈ 0,0826) |
Btw-tarief berekenen
Staat er op een bon alleen een bedrag exclusief en een btw-bedrag, en wil je weten welk tarief is gebruikt? Deel het btw-bedrag door het bedrag exclusief btw en vermenigvuldig met 100. Voorbeeld: € 18 btw op € 200 → 18 ÷ 200 × 100 = 9%. Heb je inclusief en exclusief: (inclusief ÷ exclusief − 1) × 100.
Rekenvoorbeelden
21% btw-bedrag bij veelvoorkomende bedragen
| Exclusief btw | 21% btw | Inclusief btw |
|---|---|---|
| € 50,00 | € 10,50 | € 60,50 |
| € 100,00 | € 21,00 | € 121,00 |
| € 250,00 | € 52,50 | € 302,50 |
| € 500,00 | € 105,00 | € 605,00 |
| € 1.000,00 | € 210,00 | € 1.210,00 |
"Exclusief btw" of "zonder 21% btw" op een offerte
Staat er bij een prijs "excl. btw" of "zonder 21% btw", dan komt de btw er nog bij. Een offerte van € 80 excl. btw kost je € 80 × 1,21 = € 96,80. Ben je zelf btw-plichtig ondernemer, dan vraag je die € 16,80 terug als voorbelasting; als particulier betaal je het volle bedrag.
Terugrekenen vanaf een bedrag inclusief btw
Je kassabon toont € 45,00 inclusief 21% btw. Exclusief: € 45,00 ÷ 1,21 = € 37,19. Btw: € 45,00 − € 37,19 = € 7,81. Let op: reken nooit "€ 45 × 0,79" — dat geeft € 35,55 en is fout, omdat de 21% over het exclusieve bedrag gaat, niet over het inclusieve.
Factuur met twee tarieven
Een kapper rekent € 40 knipwerk (9%) en verkoopt € 20 haarproducten (21%). Btw: € 40 × 0,09 = € 3,60 en € 20 × 0,21 = € 4,20. Totaal inclusief: € 67,80. Op de factuur vermeld je de btw per tarief apart — zie factuureisen.
Btw verlegd: wat houdt dat in?
Bij btw verlegd brengt de leverancier geen btw in rekening. De afnemer berekent zelf de verschuldigde btw en geeft die aan in zijn eigen aangifte. Voor de afnemer is dat administratief, het bedrag is meestal direct weer aftrekbaar als voorbelasting. Btw verlegd komt onder andere voor in deze situaties:
- Onderaanneming in de bouw, scheepsbouw en metaalconstructie.
- Levering van bepaalde goederen zoals afval, schroot en gebruikte elektronica.
- Grensoverschrijdende B2B-diensten binnen de EU (zoals advies aan een Belgisch bedrijf).
Op de factuur vermeld je dan letterlijk "btw verlegd" plus het btw-id van de afnemer. In de factuurtool kies je 0% per regel en vul je het btw-id bij de klant in.
Internationaal: export en intracommunautair
Bij verkoop aan klanten buiten Nederland gelden afwijkende regels:
- Naar particulieren in een ander EU-land — meestal Nederlands btw-tarief, tenzij je boven de EU-drempel van € 10.000 zit en de One Stop Shop (OSS) gebruikt.
- Naar ondernemers in een ander EU-land — meestal 0% met btw verlegd, mits je het btw-id van de afnemer controleert (VIES) en op de factuur vermeldt.
- Naar landen buiten de EU — 0% bij goederen die Nederland aantoonbaar verlaten; voor diensten gelden eigen regels per dienstsoort.
Veelgemaakte fouten
- Tarieven mengen op één regel. Splits regels met verschillende btw-tarieven altijd uit.
- 9% toepassen omdat het "voor consumenten" is. Het 9%-tarief is gebonden aan een wettelijke lijst, niet aan het type klant.
- Btw vergeten af te dragen omdat de klant te laat betaalt. In het gewone factuurstelsel is de btw verschuldigd in het tijdvak van de factuurdatum, niet bij betaling. Betaalt de klant uiteindelijk helemaal niet, dan kun je de btw later terugvragen. Lees ook hoe je een betalingsherinnering stuurt.
- Terugrekenen met × 0,79. Btw uit een inclusief bedrag haal je door te delen door 1,21, niet door 21% van het inclusieve bedrag af te trekken.
- Vergeten te verleggen bij EU-B2B. Zonder geldig btw-id van de afnemer moet je gewoon Nederlandse btw rekenen.
Geen tussenberekeningen meer
In de factuurtool stel je per regel het tarief in. Het totaal en de btw per tarief verschijnen automatisch op je factuur.
Factuur maken →Veelgestelde vragen
Hoe haal je btw uit een bedrag?
Bij 21% deel je het inclusief-bedrag door 1,21 om het exclusieve bedrag te krijgen. Bij 9% deel je door 1,09. Het verschil tussen inclusief en exclusief is het btw-bedrag. Sneller: het btw-deel van een bedrag inclusief 21% is bedrag × 21/121.
Hoe bereken ik 21% btw over een bedrag?
Vermenigvuldig het bedrag exclusief btw met 0,21 voor het btw-bedrag, of met 1,21 voor het totaal inclusief btw. Voorbeeld: € 250 × 0,21 = € 52,50 btw; € 250 × 1,21 = € 302,50 inclusief.
Er staat 'excl. btw' of 'zonder 21% btw', wat moet ik rekenen?
Dan moet je de btw er nog bij optellen: bedrag × 1,21. Een prijs van € 80 exclusief 21% btw kost dus € 96,80 inclusief btw.
Hoe bereken ik welk btw-tarief is gebruikt?
Deel het btw-bedrag door het bedrag exclusief btw en vermenigvuldig met 100. Voorbeeld: € 18 btw op € 200 exclusief = 18 ÷ 200 × 100 = 9%.
Wanneer geldt het 9%-tarief?
Het 9%-tarief geldt onder meer voor voedingsmiddelen, boeken, kappersdiensten, fietsherstel, personenvervoer en bepaalde culturele diensten. De volledige lijst staat op belastingdienst.nl.
Wat betekent btw verlegd?
Bij btw verlegd brengt de leverancier geen btw in rekening; de afnemer verwerkt zelf de verschuldigde btw in zijn aangifte. Dat gebeurt onder meer in de bouw, bij onderaanneming en bij grensoverschrijdende B2B-diensten binnen de EU.
Welke btw geldt bij export buiten de EU?
Voor goederen die je uitvoert naar een land buiten de EU geldt in de regel het 0%-tarief, mits je kunt aantonen dat de goederen Nederland daadwerkelijk verlaten.